Dit artikel verscheen op 6 augustus 2018 in De Morgen.

De wetenschappelijke techniek om planten genetisch te manipuleren heeft wel degelijk een plaats in de duurzame landbouw. Dat zegt de jongerenafdeling van Groen, die steun krijgt van volwassen partijleden.

“Vlaanderen moet ggo-vrij blijven.” Vijftien jaar geleden lanceerde Europees parlementslid Bart Staes (toen Agalev, nu Groen) een waarschuwing tegen de opkomst van genetisch gemanipuleerde organismen (ggo’s). Een techniek die in de kinderschoenen stond en waarvan de gevolgen op mens, dier en biodiversiteit nog niet duidelijk waren. De paarse regering mocht dan ook niet zwichten voor de druk van de industrie.

Staes, nog steeds een groot ggo-criticus, sprak vorige week opnieuw van een overwinning toen het Europees Hof oordeelde dat een nieuwe techniek om wijzigingen aan het DNA van een gewas door te voeren, crispr, aan de strenge ggo-regels wordt onderworpen. “Er is nog altijd te weinig geweten over de langetermijneffecten van deze nieuwe technologie”, zei Staes.

Dat wetenschappelijk onderzoek intussen heeft uitgewezen dat ggo’s niet het ecologische gevaar vormen dat hen lang werd toegeschreven, voegde hij er niet aan toe. Tot frustratie van Dirk Inzé, wetenschappelijk directeur van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Hij is de “paniekzaaierij” beu. “Ik hoop dat de nieuwe generatie ecologisten rationeler zal zijn”, zei hij (DM 4/8).

En, effectief, uit een rondvraag blijkt dat steeds meer ecologisten de strakke lijn lossen. “Het grote verschil met onze moederpartij is dat wij ggo-technieken niet per definitie uitsluiten”, zegt Belinda Torres Leclercq, co-voorzitter van Jong Groen. De jonge groenen zetten de deur op een kier. “We staan open voor de wetenschappelijke argumenten. Op voorwaarde dat ggo’s in een duurzaam landbouwsysteem passen.”

De jonge groenen pleiten voor kleinschalige landbouw waarin de boer zijn eigen baas is. “Maar wij vinden dat het ene het andere niet uitsluit”, zegt Torres Leclercq. Of er sprake is van een generatiekloof binnen de groene beweging? “Dat denk ik niet”, zegt ze. “Ook bij ons zijn er heel wat interne discussies aan voorafgegaan. Maar wij hebben het debat wel gevoerd.”

Ook binnen Groen woedt nu het debat. Zo geeft Vlaams parlementslid Elisabeth Meuleman aan dat ze “ermee gewrongen zit”, maar dat de nadelen volgens haar zwaarder doorwegen dan de voordelen. Collega Imade Annouri verwerpt elk dogma. “Ik heb persoonlijk geen probleem met het aanpassen van DNA”, zegt hij. “Dingen onderzoeken, stappen vooruit zetten: dat is wetenschap.”

Gevaar voor democratie

Annouri duidt wel op een belangrijke nuance. Het is niet omdat iets wetenschappelijk steek houdt dat het ook maatschappelijk te verantwoorden valt.

“Multinationals zoals Bayer en Monsanto (inmiddels opgekocht door Bayer, ADB) lobbyen bij politici, zetten concurrenten buitenspel en organiseren proeven nog voordat ze wettelijk toegelaten zijn. Die manier van werken is echt niet oké.”

Precies dat is volgens fertiliteitsexpert Petra De Sutter, een belangrijke wetenschappelijke stem binnen Groen, de essentie van dit verhaal.

“Dit gaat niet over wetenschappelijke risico’s. Het grote probleem is dat multinationals belangrijke delen van de voedselproductie in handen krijgen. Dat vormt een groot gevaar voor de democratie.”

Niet de natuur, maar wel de democratie is dus in gevaar. Vandaar dat De Sutter het jammer vindt dat collega’s zoals Staes in een antiwetenschappelijke hoek worden geduwd.

“Het VIB verricht schitterend werk. Maar het gaat ons om wat er daarna met hun uitvindingen gebeurt. En daarover zijn alle groenen het eens: we moeten de nodige remmen inbouwen.”

Het lijkt de vraag van de kip of het ei. Want volgens wetenschappers zoals Inzé is de machtsconcentratie net het gevolg van de strenge regulering waar Groen zelf op aanstuurt. Als je ggo-ontwikkeling steeds duurder maakt, dan kunnen op de duur enkel monopolisten ze nog betalen.

ANN DE BOECK


Op 7 augustus 2019 reageerde Anneleen Kennis in De Morgen op bovenstaand artikel.

Anneleen Kenis is docente milieu en maatschappij aan King’s College London en postdoctoraal onderzoekster bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen.

Het debat over ggo’s is een debat over democratie (DM 6/8). De vraag wie ggo’s in handen heeft, is daarbij cruciaal. Zoals Petra De Sutter (Groen) opmerkt, is één van de problemen met ggo’s de monopolievorming. In een interview in DM (6/8) stelt ze: “Het grote probleem is dat multinationals belangrijke delen van de voedselproductie in handen krijgen. Dat vormt een groot gevaar voor de democratie.” Daar ben ik het volmondig mee eens, maar wil dat zeggen dat we moeten pleiten voor de ‘democratisering’ van ggo’s zoals sommigen doen? Moeten we de monopolievorming bestrijden door de regulering dusdanig te verslappen dat ggo-ontwikkeling voor iedereen toegankelijk wordt? Dat is alleszins het standpunt dat Andreas Tirez (DM 27/7) lijkt te verdedigen.

Hij stelt dat de overheid met haar onnodig strikte regulering de dominante positie van grote bedrijven in stand houdt. Hij pleit ervoor die te versoepelen, zodat het goedkoper wordt om ggo’s te ontwikkelen, en ook kleine bedrijven, en misschien wel iedereen, dat kunnen. Daarbij wordt het argument van critici, dat ggo’s boeren afhankelijk maken van multinationals, tegen die critici uitgespeeld. Maar is het antwoord op de problematiek van monopolievorming wel om iedereen ggo’s te laten ontwikkelen?

De verklaring van ENSSER (European Network of Scientists for Social and Environmental Responsibility) uit 2017 wijst erop dat zo’n ‘democratisering’ van ggo’s, in het bijzonder van genome editing-technieken zoals crispr, heel wat risico’s met zich meebrengt. Net omdat dit soort technieken veel makkelijker en goedkoper zijn dan conventionele ggo’s neemt het risico van terroristisch of zelfs gewoon onvoorzichtig gebruik exponentieel toe. Zogenaamde biohackers of garagewetenschappers zouden nu al via het internet genome editing-kits kunnen bestellen en zo hun eigen genetisch gemodificeerde organismen kunnen ontwerpen. We moeten daar niet naïef over zijn. Genetische modificatie zou een ongevaarlijke bacterie bijvoorbeeld kunnen veranderen in een gevaarlijke, antibioticumresistente, variant.

Het feit dat genome editing-technieken potentieel zo gemakkelijk en goedkoop zijn is dus niet enkel een zegen, maar ook een vloek. Eigenaardig genoeg is net dit risico uit het huidige debat verdwenen. Er wordt gesuggereerd dat technieken zoals crispr zonder risico’s zijn, terwijl dit soort technologieën net erg gevoelig zijn voor misbruik.

Zelfs als onderzoekers in de biotechnologie de beste bedoelingen hebben, is de maatschappelijke keuze om in te zetten op dit soort technologieën daarmee niet voldoende gelegitimeerd. De techniekgeschiedenis is vol voorbeelden van hoe technologische uitvindingen andere, problematische functies of toepassingen krijgen, en de uitvinders moeten vaststellen hoe ze de greep op hun creatie verloren. Net daarom moeten we erg voorzichtig zijn met de ontwikkeling ervan, of of zijn minst is democratische controle nodig.

Het is net die democratische controle waar een aantal actoren zich vandaag tegen lijken verzetten. Vreemd genoeg gebruiken ze hiervoor soms, een weliswaar erg liberaal en vooral bijzonder simplistisch, democratieargument. Democratie gaat er niet simpelweg over dat ‘iedereen mee kan doen’. Het betekent als maatschappij, los van economische druk, een keuze maken over de maatschappij waarin we willen leven en de technologieën die we daarvoor nodig hebben. Als we het willen hebben over ggo’s, monopolies en democratie, dan wel graag met een interessanter en rijker democratieconcept.


Op woensdag 8 augustus dienden Bart Staes en Petra De Sutter het VIB van antwoord.

Bart Staes en Petra De Sutter zijn Europarlementslid en senator voor Groen.

De jongste week spreken vertegenwoordigers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) de groene beweging vrij direct aan over het ggo-debat. Voelen wij ons aangesproken om mee na te denken over een mondiaal landbouwsysteem dat duurzaam en rechtvaardig is en dat voldoende veerkrachtig is om te reageren op de klimaatverandering? Ja. Voelen wij ons aangesproken door de vermoeiende retoriek over wat de groene houding is in deze discussie? Nee, helemaal niet.

Volgens ons is ggo-landbouw gewoon niet de beste strategie om de klimaatuitdaging aan te gaan. Maakt ons dat onwetenschappelijk, antitechnologisch, irrationeel of romantisch? Nee, helemaal niet.

Een vergelijking. Wij zijn tegen de uitbreiding van de Brusselse ring als antwoord op het mobiliteitsprobleem. Mensen die wel pleiten voor een uitbreiding zien het probleem als een gebrek aan doorstroming van auto’s. De oplossing? Het uitbreiden van de wegcapaciteit. Het is volgens ons beter, effectiever en duurzamer om het openbaar vervoer uit te bouwen, de fietsverbindingen te versterken en het aantal autoverplaatsingen te verminderen. Zijn wij daarom tegen technologie? Neen, we verkiezen een andere technologie: de fiets. Zijn wij onwetenschappelijk of irrationeel? Je kunt wetenschappelijk berekenen hoe de verkeersstromen lopen in ons alternatief.

Ten gronde denken wij dat je een probleem niet fundamenteel aanpakt vanuit dezelfde rationaliteit die het veroorzaakt heeft. We zijn niet minder rationeel, we pleiten voor een andere rationaliteit. En op landbouwgebied denken wij dat een agro-ecologische benadering beter is.

Framing

Sinds de uitspraak van het Europees Hof van Justitie, dat de nieuwe gentechnieken catalogeert onder de bestaande ggo-wetgeving, gaat het om de framing. Het beeld gaat ongeveer als volgt: de ene kant (het VIB) is wetenschappelijk en de andere (de groenen) is ideologisch. De ene kant is rationeel en op vooruitgang gericht, de andere kant is romantisch en wil terug naar een of andere ‘zuiverheid’. De ene kant wil pragmatische oplossingen, de andere is dogmatisch. Nu de klimaaturgentie hoog is, wordt het tijd dat de groenen eindelijk inzien hoe fout ze bezig zijn.

De urgentie van de klimaatuitdaging is inderdaad bijzonder groot. En dus is het heel belangrijk om systemisch na te denken over welk type landbouwsysteem het meest geschikt is om op een duurzame, rechtvaardige, democratische en ook klimaatresistente wijze onze planeet van voedsel te voorzien.

Er is de route van een meer industrieel landbouwsysteem met daarin ggo’s. Er is de route van de agro-ecologie. Die laatste is volgens ons de betere.

De droogte van de voorbije weken toonde het al aan. Heel wat ecologische tuinen zijn beter bestand tegen de hittegolf. Boer Delhaye in Westouter kiest voor agroforestry en zet zijn gewassen deels onder bomen die hij plantte. Resultaat: minder last met de droogte. Geen romantiek. Gewoon gezond verstand.

Je kunt de weerstand (schijnbaar) verhogen door op het niveau van de plant een (gen)aanpassing te doen. Of je kunt proberen in de eerste plaats de organische bodemkwaliteit te herstellen, de biodiversiteit te versterken op basis van lokale kennis en soorten, in handen van boeren en niet van grote bedrijven.

De tweede weg van de agro-ecologie biedt betere perspectieven voor het beoogde doel. Is die keuze on- of antiwetenschappelijk? Nee, het is gewoon andere wetenschap. Is die irrationeel? Nee, integendeel, het is een vorm van gezond verstand.

Machtsconcentratie

We hebben nood aan een systemische kijk. Technologie is nooit neutraal en doet zich altijd voor in een welbepaalde ideologische context en een ruimere machtsstructuur. Zo is er het debat over monopolievormen en economische belangen. Dat is geen vervelende marginale discussie. Ze is essentieel. Kijk naar het energiedebat. Het is makkelijker een windmodel coöperatief te laten beheren door burgers dan een kerncentrale. Dat heeft met de aard van de technologie te maken.

Een keuze voor een ggo-landbouw zit uiteindelijk in een welbepaalde structuur van kennisverwerving, een welbepaald model van innovatie en een welbepaalde economische structuur. In die structuur kom je sneller uit bij monocultuur en machtsconcentratie. Een keuze voor een agro-ecologische landbouw, zoals IPES-Food van professor Olivier De Schutter voorstaat, geeft meer kansen op goede opbrengsten, efficiënt grondstoffengebruik, het vasthouden van koolstof in de bodem, het herstellen van uitgeputte gronden en ook op het inschakelen van de landbouw als een antwoord op klimaatverandering. Die keuze is niet irrationeel, het is een uiting van een andere rationaliteit.

Wij zijn er absoluut van overtuigd dat we de klimaatuitdaging zeer ernstig moeten nemen en dat we diepgaande maatschappelijke veranderingen moeten doorvoeren. Als groenen gaan wij die vraag niet uit de weg, integendeel. Alleen denken wij dat ggo-technologie niet de oplossing biedt op het voedselvraagstuk. Daarom zijn wij niet onwetenschappelijk of romantisch.

We kijken uit naar een artikelenreeks in De Morgen waarin uitgebreid wordt ingegaan op de kansen en uitdagingen van een agro-ecologische benadering. In het kader van een beschaafd debat zou zo’n reeks alleen maar verrijkend zijn, of niet?

BART STAES