Twee jaar geleden werd de Zweeds-Iraanse wetenschapper en VUB-gastdocent Ahmadreza Djalali gearresteerd en gevangen genomen door de Iraanse overheid, nadat hij beschuldigd werd van spionage. Na een schijnproces werd hij ter dood veroordeeld. Intussen wordt Djalali al twee jaar aan zijn lot overgelaten. Groen verwacht dat de Belgische regering de druk op Iran verhoogt:

“We roepen de Belgische regering op om zijn situatie te blijven aankaarten in alle contacten met Iraanse vertegenwoordigers. Djalali heeft recht op een eerlijk proces, en contact met familie en hulporganisaties. België moet daar actief voor blijven pleiten”, stellen Petra De Sutter, senator en lid van de Raad van Europa Groen en Wouter De Vriendt, kamerlid Groen.

Na twee jaar gevangenschap wacht Djalali nog steeds in grote onzekerheid zijn lot af. Vanuit de Raad van Europa legt Petra De Sutter daarom een ‘written declaration’ neer om zijn bescherming op te eisen. Op die manier verhoogt het mensenrechtenorgaan de internationale druk op de Iraanse overheid om de veroordeling van Djalali op te schorten, en hem definitief vrij te laten.

“De situatie rond Djalali zit muurvast. We moeten op alle mogelijke niveaus de druk blijven opvoeren”, stelt De Sutter.

Groen vraagt dat ook de Belgische regering bij Iran blijft aandringen op het respecteren van mensenrechten. “Het recht op een eerlijk proces, het recht op vrije meningsuiting, het zijn mensenrechten die al te vaak met de voeten getreden worden door Iran. Het zijn waarden die we moeten blijven uitdragen, zeker tijdens diplomatieke contacten met regimes als het Iraanse”, besluit De Vriendt, die de zaak opnieuw zal aankaarten bij minister van buitenlandse zaken Didier Reynders (MR).

 

Lees hier de ‘written declaration’ die Petra De Sutter indiende in de Raad van Europa:

Written declaration No. 656 | Doc. 14549 | 26 April 2018

Members of the Parliamentary Assembly ask Iran not to carry out the death penalty of Ahmadeza Djalali

Ahmadeza Djalali, Iranian scientist and guest lecturer at the Belgian Vrije Universiteit Brussel (VUB), was sentenced to death. According to the Iranian government, he would have gathered information about two nuclear scientists on behalf of the Israeli secret service. Iran claims that this espionage is part of Israel’s plans to sabotage the Iranian nuclear program.

Djalali has declared on multiple occasions that he is innocent. He is a scientist, and certainly not a secret agent. The Belgian Minister of Foreign Affairs, Didier Reynders, also asked Iran not to carry out the death penalty for humanitarian reasons.

A few weeks ago, the death penalty was temporarily suspended because Djalali had appealed. The Supreme Court in Tehran, however, refused to review the case. Due to this refusal, the death penalty is now enforceable. The Iranian judge must still set a date on which it will be executed. Only the Ayatollah could intervene to stop the execution now.

The Parliamentary Assembly is seriously concerned about Iran’s plan to carry out the death penalty of Ahmadeza Djalali, and demands the protection of the scientist.