Dit artikel verscheen op 15 februari 2018 in De Morgen.

Michiel Martin

Ondanks de gekende zwangerschapsrisico’s stijgt het aantal Vlaamse vrouwen dat na hun veertigste moeder wordt nog steeds. “Geen gezonde evolutie”, meent dokter Hendrik Cammu. Niet alleen voor de vrouw, maar ook voor de sociale zekerheid.

De kinderwens wordt in Vlaanderen opnieuw langer uitgesteld, blijkt uit het jaarverslag 2016 van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE). De gemiddelde leeftijd voor de bevalling van het eerste kindje bedroeg in 2016 28,9 jaar (tegenover 26,3 jaar in 1991).

Belangrijker: samen met die gemiddelden zijn ook de extremen verder opgeschoven. “Wat tienerzwangerschappen betreft, vaart Vlaanderen een voorbeeldige, dalende koers, maar aan de overzijde merk je tegelijk dat de andere kant van de curve blijft aandikken”, zegt dokter Hendrik Cammu, voorzitter van het SPE. Eén op de 36 vrouwen of 2,8 procent is bij de bevalling 40 jaar of ouder, in 1991 was dat slechts 0,8 procent. “Geen gezonde evolutie. Hoe ouder je wordt, hoe meer je lijf verslijt.”

Complicaties

‘Er zijn extra maatregelen nodig om de combinatie gezin en carrière voldoende ademruimte te geven, zowel voor vrouwen als voor mannen’

De verhoogde risico’s op complicaties bij zo’n late zwangerschap zijn gekend. Niet alleen groeit de kans op gezondheidskwalen zoals hoge bloeddruk en suikerziekte, ook de vruchtbaarheid neemt onherroepelijk af.

“Het grootste gevaar ligt bij de kwaliteit van de eicellen, waardoor vrouwen voorbij de veertig vaker kampen met miskramen of baby’s met afwijkingen”, zegt fertiliteitsexperte en Groen-politica Petra De Sutter (UZ Gent).

‘Een slimme meid, krijgt haar kind op tijd’, luidt het gezegde. “Maar ondanks die wijsheid slagen we er niet in om het tij te keren”, ziet De Sutter. De verantwoordelijkheid ligt volgens haar niet alleen bij die slimme meid, maar evengoed bij de maatschappij.

“We vinden later de juiste partner, voelen ons later klaar voor die kinderwens, stellen hogere eisen. En de voortplanting valt dan wel op de schouders van de vrouw, ook de man stelt uit.”

Cammu ziet in de praktijk twee grote redenen voor dat uitstelgedrag: de carrière die tijdens de meest vruchtbare jaren voorrang krijgt, maar ook de toename van nieuw samengestelde gezinnen. “Zij willen hun relatie verzilveren met een kind”, zegt Cammu.

Afname geboortecijfer

‘Vergeet niet dat dit naast medische gevolgen voor het individu ook gevolgen heeft voor de ganse bevolking. Wie gaat straks de pensioenen betalen?’

Hoe moeten we er dan voor zorgen dat de maatschappelijke eisen opnieuw op één lijn liggen met onze biologische beperkingen? In wetten en regels ziet Cammu weinig heil. “Zoals zo vaak zal zoiets zichzelf moeten reguleren, vrees ik, maar die spontane gisting is volgens mij aan de gang. Bij artsen in opleiding was er vroeger geen zwangerschap te bespeuren, nu verstuur ik elk jaar enkele geboortekaartjes.” De cijfers bevestigen dat beeld evenwel niet.

De Sutter ziet wel een belangrijke rol voor de overheid als ondersteunende kracht. “Er zijn extra maatregelen nodig om de combinatie gezin en carrière voldoende ademruimte te geven, zowel voor vrouwen als voor mannen.” Ook technisch faciliteren kan, zoals een terugbetaling van het invriezen van eicellen op vruchtbare leeftijd. Al zijn daarmee niet alle gezondheidsrisico’s van de baan.

“Vergeet niet dat dit naast medische gevolgen voor het individu ook gevolgen heeft voor de ganse bevolking”, waarschuwt De Sutter. Ouder aan een eerste kind beginnen, betekent vaak ook minder kinderen. En de afname van het geboortecijfer leidt automatisch tot een sociaal vraagstuk, ziet De Sutter: “Wie gaat straks de pensioenen betalen?”