Dit artikel verscheen in De Standaard.

Een alleenstaande vrouw die zwanger raakt met een zaadcel die van haar huidcellen is gemaakt: over vijf tot tien jaar zou het al zover kunnen zijn. ‘Maar als het publiek dit niet wil, kunnen we er beter mee stoppen.’
Van onze redactrice Maxie Eckert

AntwerpenIn een lab groeien huidcellen van een man of vrouw uit tot zaad- of spermacellen waarmee zijn of haar kinderen verwekt worden. Daarmee zou een 28-jarige vrouw die in een vroegtijdige menopauze zit, toch kinderen kunnen krijgen, net als een man die geen spermacellen produceert. Een homo­koppel zou baby’s kunnen krijgen die het erfgoed van twee mannen of vrouwen dragen. Alleenstaande vrouwen zouden zwanger kunnen raken met een zaadcel die van haar eigen huidcellen is gemaakt.

Het klinkt als sciencefiction, maar onderzoekers in Amerika, Azië en Europa – ook in ons land – werken hard aan de technieken die dat mogelijk maken. Bij muizen is het al gelukt om (vruchtbare) nakomelingen te verwekken met ‘in vitro gameto­genese’ (zie infografiek). Willen we dat ook voor de mens? Waar ligt onze grens?

Solovoortplanting

Belgische en Nederlandse medici en ethici gingen daarover gisteravond in debat met het publiek. De onderzoekers werken samen binnen het SEGa-project, dat zowel over de (fundamentele) wetenschap als over de ethische kwesties van de techniek draait. Vzw De Maakbare Mens organiseerde in Antwerpen een debat waarop geïnteresseerde burgers met kleurkaarten konden stemmen over concrete vragen (zie hiernaast).

Opmerkelijk: de onderzoekers van het SEGa-consortium zelf vinden niet dat straks alles moet kunnen, al werken ze actief mee aan de techniek om van huidcellen zaad- of eicellen te maken. ‘Deze techniek zou veel mensen kunnen geven wat ze willen hebben: kinderen die genetisch van hen afstammen’, zegt Guido ­Pennings, die als professor bio-ethiek (UGent) gespecialiseerd is in medisch-geassisteerde voortplanting. ‘Maar het is de vraag of we daar in alle gevallen in moeten meegaan. Zeker als je bedenkt dat de middelen voor onderzoek en de gezondheidszorg beperkt zijn, en we keuzes moeten maken.’

Voor fertiliteitsarts Petra De Sutter, professor aan de UGent en coördinator van het SEGa-project, ligt de rode lijn bij de zogenaamde ‘solovoortplanting’, waarbij vrouwen zichzelf met hun eigen zaadcellen zouden bevruchten. ‘Om genetische redenen. Je hebt genetische diversiteit nodig. En het voelt niet goed aan. Al besef ik dat er ook mensen zijn die daar geen graten in zien.’

Klonen verboden

Het unieke aan hun SEGa-project is dat de onderzoekers het debat opzoeken voor hun onderzoek is afgerond en de techniek toegepast kan worden. Pennings: ‘In het project wordt én in het lab aan de techniek gewerkt om zaad- en eicellen uit stamcellen te maken én afgetoetst hoe groot het maatschappelijke draagvlak ervoor is. Wil de samen­leving wel dat er geld in dit soort ­onderzoek wordt geïnvesteerd?’

Professor De Sutter haalt een voorbeeld aan van hoeveel middelen en energie werden ingezet voor een techniek die uiteindelijk verboden werd. ‘Er werd jarenlang aan het klonen gewerkt. Tot politici en ethici tegen de wetenschappers zeiden dat ze ermee moesten stoppen. Het uitzonderlijke aan ons project is dat we de dialoog over de toepassing van de in vitro gametogenese al tijdens de ontwikkeling houden. Als het publiek het onderzoek niet wil, kunnen we er beter mee stoppen.’

De Sutter en haar collega’s Ellen Goossens en Karen Sermon (beiden professor aan de VUB) bespreken hun onderzoeksresultaten uit het lab regelmatig met de ethici uit het ­SEGa-project, die op hun beurt verbonden zijn aan de UGent en de Universiteit Maastricht. Daarnaast is er overleg met een adviesraad, waarin vertegenwoordigers van onder andere patiëntenverenigingen en religieuze groepen zetelen. Gisteravond zetten de wetenschappers de stap naar geïnteresseerde leken die er niet noodzakelijk een specifiek belang bij hebben.

Maxie Eckert
Copyright © 2017 Corelio. Alle rechten voorbehouden