Voor het eerst heeft een Belgisch donorkind via commerciële DNA-databanken en stamboomonderzoek zijn biologische vader getraceerd. Dat de garantie op anonimiteit voor donoren niet waterdicht blijkt, zet de huidige wetgeving op de helling.

“Genetische anonimiteit zal in de toekomst een illusie worden en dat horen donoren te weten”, zegt fertiliteitsexperte en senator voor Groen Petra De Sutter.

Die evolutie ziet ze al langer, maar de succesvolle zoektocht van een Belgisch donorkind naar zijn biologische vader schept nu ook een belangrijk precedent. Wie sperma onder anonieme voorwaarden doneert, heeft niet langer de zekerheid om onder de radar te blijven.

Volgens de huidige wetgeving kunnen wensouders enkel in fertiliteitsklinieken terecht voor anonieme donoren of met een donor die ze zelf aanbrengen. De klinieken mogen de identiteit van donoren niet vrijgeven, maar via commerciële DNA-databanken en stambomen kunnen donorkinderen die geheimhoudingsplicht omzeilen. Ze worden daarbij geholpen door de organisatie Donor Detectives.

Spanningsveld

De donorvader hoeft niet eens sporen achter te laten. Een verre verwant van wie DNA in een databank verzeilt, is al voldoende, zo blijkt uit een anonieme getuigenis in deze krant. Via dat aanknopingspunt traceerde de man de stamboom naar zijn ‘vermoedelijke’ vader. Die zekerheid heeft hij enkel als hij de vader ook effectief confronteert en een DNA-test aanvraagt.

“Sommige kinderen nemen vrede met die anonimiteit, andere gaan op zoek en dat kan steeds vaker op begrip rekenen”, ziet De Sutter. Zij merkt vooral een grote last bij mensen die op volwassen leeftijd het nieuws te horen krijgen. “Zij voelen zich bedrogen, en dat is heel terecht.”

Medisch filosoof Ignaas Devisch (UGent) ziet vandaag een groot spanningsveld rond de anonimiteit van donoren. “De tijd dat sommige kinderen niet weten wie hun biologische ouders zijn, is voorbij, dat is voor iedereen wel duidelijk. Maar nieuwe technische mogelijkheden zorgen er nu voor dat bestaande donoren de beloofde anonimiteit zien wegvallen. Voor hen moeten we ook begrip tonen.”

“Net daarom is het jammer dat de meerderheid dit debat blokkeert”, zegt De Sutter. Nochtans zijn alle partijen het eens over de nood aan een nieuwe wet, maar de meningen liggen te ver uit elkaar.

N-VA en CD&V volgen het Nederlandse model: de anonimiteit volledig opheffen. Vanaf 12 jaar zouden donorkinderen algemene, niet-identificeerbare gegevens kunnen opvragen. Op latere leeftijd (16 bij N-VA, 18 bij CD&V) zou de identiteit ook worden vrijgegeven. “Niet elk donorkind moet weten wie zijn vader is, maar heeft wel het fundamentele recht om dat te weten te komen”, zegt N-VA-Kamerlid Valerie Van Peel.

Deens model

Dat model kan echter het donorbestand onder druk zetten, want uit onderzoek van 2015 blijkt dat zeven op de tien spermadonoren anonimiteit als een absolute voorwaarde zien. Daarom pleiten de liberalen voor het voorbeeld uit Denemarken. Wensouders kunnen daarbij kiezen tussen anonieme en niet-anonieme donoren. “We moeten een zwarte markt zonder enige controle vermijden”, zegt senator en Vlaams Parlementslid Jean-Jacques De Gucht (Open Vld).

Groen en sp.a waren aanvankelijk terughoudend voor het opgeven van de anonimiteit, maar zijn nu bereid om de andere opties te bekijken.

Bij de fertiliteitsklinieken klinkt vooralsnog geen paniek. “Wij stellen alles in het werk om ons te houden aan onze wettelijke plicht”, zegt Herman Tournaye, directeur van de fertiliteitskliniek van de VUB. “We waarschuwen donoren wel dat ze best geen sporen achterlaten als ze anoniem wensen te blijven.”

Voor het eerst kan Belgisch donorkind via DNA-databank en stamboomonderzoek zijn vader opsporen

Zeven op de tien spermadonoren zien anonimiteit als absolute voorwaarde

Politieke partijen zijn het eens over nood aan nieuwe wet, maar meningen liggen te ver uiteen

MICHIEL MARTIN EN ROEL WAUTERS