Dit artikel verscheen op 16 september 2017 in De Standaard+.

Het is allang niet meer alleen de kinderwens die de fertiliteitswetenschap voortjaagt. De wetenschap zelf is onstuitbaar en belooft ons voortplanting zonder enig risico: in theorie komt er straks zelfs geen partner meer aan te pas. Petra De Sutter slaat alarm: ‘De politiek moet een dam opwerpen tegen commercialisering.’
Boek Petra De Sutter

Fertiliteitsarts en senator

Bijna veertig jaar geleden zag Louise Brown, de eerste proefbuisbaby, het levenslicht. Fertiliteitsarts Petra De Sutter, verbonden aan het UZ Gent en senator voor Groen, zit al bijna dertig jaar in het vak. Ze heeft het met hinkstapsprongen zien evolueren. ‘Het gaat allang niet meer alleen om de invulling van een kinderwens. Het gaat nu ook over het verlangen naar een genetisch eigen kind. Wij, wetenschappers, hebben die omslag mee veroorzaakt, in antwoord op het individuele lijden van onvruchtbare mensen.’

‘We kunnen nu al baarmoeders transplanteren – ook het UZ Gent is daar onderzoek naar aan het doen. En straks kunnen we misschien zaadcellen en eicellen maken uit embryonale stamcellen, of uit om het even welke cel. De vraag is: wat drijft wat? Creëert de technologische vooruitgang ook steeds nieuwe verlangens in de hoofden van mensen? Is het zoals met de nieuwe iPhone: we willen hem omdat hij er is? En is dat dan erg? Waar eindigt het?’

De Sutter schreef samen met journaliste Eline Delrue het boek De maakbare baby, waarin ze die vragen opwerpt en waarmee ze het maatschappelijke debat wil aanwakkeren. Ze is wetenschapper genoeg om de vooruitgang te verdedigen. ‘Vroeger vlogen we ook niet naar het zuiden van Frankrijk. We reisden met paard en kar en deden er veel langer over. Vroeger ging je dood aan een longontsteking. Nu hebben we heel andere mogelijkheden, en gelukkig maar. Zelf zou ik ook niet zijn wie ik ben zonder de medische vooruitgang.’

Vrijheid binnen een kader

‘Ik droom niet van transhumanisme. Ik hou nogal van de onvoorspelbaarheid en de imperfectie die het leven kleuren’Maar als politica kan ze ook naar de wetenschap kijken van buitenaf. Anders dan de doctoraatsstudenten die onderzoek doen op embryo’s en geen andere vragen stellen dan wetenschappelijke. ‘Het is door dertig jaar in dit vak te staan en met veel mensen in contact te komen dat ik meer oog begon te krijgen voor de ethische aspecten: waarvoor doen we het, hoever willen we gaan?’

‘We mogen niet alles aan de wetenschap overlaten. De wetenschap dient als basis van het beleid, dat evidence based moet zijn, maar de politiek bepaalt het kader. Het liefst niet op een totalitaire manier, zoals de eenkindpolitiek in China. Binnen het wettelijke kader moet er ruimte blijven voor individuele verschillen: ook in het overbevolkte continent Afrika zijn er vrouwen die gebukt gaan onder hun onvruchtbaarheid en blij zijn dat ze een beroep kunnen doen op medisch geassisteerde voortplanting.’

‘De politiek moet een dam opwerpen tegen commercialisering. Bij ons gebeurt dat gelukkig ook: commerciële eiceldonaties en commercieel draagmoederschap zijn in ons land verboden en wat mij betreft, blijft dat zo. Wereldwijd is klonen verboden en in de meeste landen mag je niet aan geslachtsselectie doen, tenzij om medische redenen.’

‘Nieuw zijn de regenbooggezinnen, lesbische stellen die de donor ook een rol in het leven van hun kind gunnen’‘In veel landen kan onderzoek op embryo’s niet, in België wel. Ik vind dat goed. Binnen een strikt wettelijk kader moet het onderzoek zo vrij mogelijk zijn. Anders dreigt er een stilstand, zoals in Frankrijk, waar veel meer verboden is.’

Angst voor de cyborg

Toch trekt De Sutter ook een ferme rode lijn: ze is, schrijft ze, bang voor de komst van de cyborg. De gemanipuleerde mens, die als embryo met een moleculair scalpel is bewerkt, waardoor hij slimmer, mooier en sterker is dan alle andere.

‘In China en recent ook in de VS is men er al in geslaagd om een gemanipuleerd menselijk embryo te creëren. Verder waagt niemand zich voorlopig. Er zijn te veel risico’s aan verbonden. We weten niet wat de gevolgen zijn voor de mens die uit zo’n embryo geboren wordt. Maar het komt steeds dichterbij.’

‘Mijn droom is het alleszins niet. Ik ben het transhumanisme niet echt genegen. Ik hou nogal van de onvoorspelbaarheid en de imperfectie die het leven kleur en diversiteit bezorgen.’

België heeft in 2007 al besloten om de grens van de eugenetica niet te overschrijden. Wat niet verhindert dat het elders vroeg of laat wel zal gebeuren, voorspelt De Sutter. ‘De twee eerste kinderen die ontstaan zijn uit genetisch materiaal van drie ouders – een vader en twee moeders, van wie de eicellen werden vermengd – zijn geboren in Oekraïne en in Mexico. Twee landen die amper regulering hebben op dat vlak. En dan neemt de vrije markt het maar al te graag over.’

Anoniem is een illusie

In eigen land dringt ze als Groen-politica mee aan op een regeling voor draagmoederschap in een niet-commerciële context en voor een aanpassing van de wet op anoniem donorschap. Een aantal volwassen donorkinderen dringt aan op de afschaffing van die anonimiteit.

Ook de medische ethicus Pascal Borry (KU Leuven), die De Sutter en Delrue in hun boek aan het woord laten, stelt de opgelegde anonimiteit in vraag. ‘Anoniem blijven als spermadonor is een illusie aan het worden.’ Er zijn almaar meer DNA-databanken die deze illusie kunnen doorprikken. Bijgevolg kan de beloofde anonimiteit allang geen garantie meer zijn, zegt Borry, maar slechts een ‘inspanningsverbintenis’.

Toch wil het voorstel van Groen de anonimiteit van spermadonoren niet direct opheffen. De Sutter: ‘Laten we stap voor stap gaan: op dit moment is het in ons land zelfs nog niet mogelijk om voor een niet-anonieme donor te kiezen. Dat is een absurde toestand die de hele discussie rond het al dan niet opheffen van anonimiteit blokkeert. We moeten snel die tweede mogelijkheid uitbouwen, naast de bestaande optie voor anonimiteit. Ik heb er geen probleem mee om de keuze aan de ouders te laten. Maar ik ben ervan overtuigd dat steeds meer mensen voor een niet-anonieme donor zullen kiezen.’

Het kind primeert

In welke mate laat ze de kinderrechtenvisie doorwegen bij politieke en medische beslissingen?

‘In alle individuele dossiers spenderen wij meer tijd aan de rechten van het kind dan aan de techniek zelf. Het is een belangrijke vraag, omdat een kind niet vraagt om geboren te worden. Dus vragen wij ons af: is het goed dat in deze context een kind geboren wordt? Het is evenmin oké om mensen onterecht te weigeren. Wij oordelen echt case per case, zonder morele vooroordelen.’

‘Vroeger zei men dat een kind een papa en een mama nodig had, maar we weten uit onderzoek dat twee mama’s of twee papa’s ook goed zijn. Vroeger werd ook gezegd dat kinderen bij alleenstaande moeders niet zo goed af waren, maar ook daar staan wij niet principieel negatief tegenover. De alleenstaande vrouwen die vandaag bij ons komen met een kinderwens, maken doorgaans een positieve, bewuste keuze voor dat solo-ouderschap.’

‘Nieuw op relatievlak zijn de zogenaamde regenbooggezinnen, lesbische stellen die samen met een donor naar de fertiliteitskliniek stappen en die de donor ook een rol in het leven van hun kind gunnen. In Nederland al courant, en ook wij hebben in Gent enkele aanvragen lopen. Juridisch gezien zijn deze gezinnen niet beschermd: meerouderschap bestaat nog niet in ons wetboek. Maar wij staan er positief tegenover.’

Ook hier voorspelt het onderzoek naar stamcellen nog grote terreinwinst. ‘Ooit wordt het mogelijk om zaadcellen en eicellen te creëren uit embryo’s, en op termijn wellicht ook uit stamcellen die bij volwassenen zijn gewonnen. Als we zover zijn, kunnen we een hoop ethische vragen in de prullenmand gooien. Want dan zal iedereen zichzelf kunnen voortplanten, en zullen er geen donoren of draagmoeders meer nodig zijn.’

Wereld zonder mannen

Er zullen nieuwe vragen opduiken: ‘Twee vrouwen zullen samen een kind kunnen krijgen, zonder spermadonor. Met hun eigen genetisch materiaal zullen ze wel enkel meisjes kunnen krijgen, omdat er voor een jongen een Y-chromosoom nodig is en dat hebben die twee vrouwen niet. Dan evolueren we dus naar een wereld waarin mannen niet nodig zijn, en er ook minder mannen geboren worden. Willen we dat?’

‘Twee mannen zullen ook samen een kind kunnen verwekken, maar ze moeten nog altijd ergens een baarmoeder vinden. In theorie kan een baarmoeder misschien ingeplant worden bij een man, maar dat is al heel vergezocht.’

‘En in theorie zal dan ook één mens het genetisch materiaal voor een zaadcel en een eicel kunnen aanleveren, waardoor genetisch solo-ouderschap mogelijk wordt. Niet hetzelfde als klonen, want uit zo’n nieuwe mix zou toch een ander individu ontstaan. Maar het zou wel een kind met de hoogst mogelijke graad van bloedverwantschap zijn.’

‘In de natuur komt solo-voortplanting volgens mij niet voor. Zelfs slakken en andere hermafrodieten, die beide geslachtskenmerken in zich dragen, zoeken altijd een partner om mee te paren. Een kind van jezelf zou de meest extreme uiting van egocentrisme zijn. Voor mij is dat een brug te ver.’

‘De maakbare baby’ van Petra De Sutter en Eline Delrue is uit bij Academia Press.