Dit artikel verscheen in Het Laatste Nieuws op 13 september 2017.

Een zwangere man: in principe kan het morgen al. Of het er ooit écht van zal komen, is maar de vraag. “Na een baarmoedertransplantatie zou een man perfect zwanger kunnen worden”, zegt fertiliteitsarts Petra De Sutter van het UZ Gent.

“Geen enkel ziekenhuis zal die ingreep echter toestaan. Maar wie weet zijn de geesten over 20 jaar zo geëvolueerd dat we het dan wel normaal vinden?”

Het was lachen geblazen, in 1994. Ex-bodybuilder Arnold Schwarzenegger, op dat moment volledig opgetrokken uit testosteron en flauwe moppen, vertolkt in ‘Junior’ een gynaecoloog die bij een experiment zelf zwanger wordt. Stoere bink met bolle buik: hihi, haha. Een goeie twee decennia later wordt de fictie van destijds steeds realistischer. “Mannen die zwanger worden en een baby baren: in theorie kan het morgen al”, zegt fertiliteitsprof Petra De Sutter, die gisteren haar nieuwe boek ‘De maakbare baby. Een onbegrensd verlangen?’ voorstelde. “In Zweden zijn vorig jaar de eerste baarmoedertransplantaties uitgevoerd. Met succes, er zijn intussen al kinderen uit geboren.”

Die transplantaties gebeurden, voor alle duidelijkheid, bij vrouwen die zonder baarmoeder waren geboren. Maar in theorie zouden dus ook mannen getransplanteerd kunnen worden?

“Op medisch-technologisch vlak is er inderdaad geen groot probleem. Uiteraard is het hebben van een baarmoeder niet de enige voorwaarde voor een zwangerschap. Je hebt ook nog het hele hormonale gebeuren, bijvoorbeeld, maar dat valt allemaal op te vangen met medicatie.”

Dus als zich morgen een homokoppel bij jullie aandient dat graag een eigen baby heeft in plaats van een beroep te doen op een draagmoeder, dan kan dat?

“Nee, zover zijn we nog lang niet. Het is niet omdat het kan, dat het ook mag. Geen enkel ziekenhuis zal die ingreep uitvoeren, geen enkele ethische commissie zal hiervoor toestemming geven. Maar je geeft wel een goed voorbeeld: als het ooit toegestaan wordt, dan zullen homokoppels allicht tot de eerste geïnteresseerden behoren.”

Waar moeten die baarmoeders vandaan komen?

“Voor de studie in Zweden zijn baarmoeders van levende donoren gebruikt: gezonde vrouwen die bewust hun baarmoeder afstaan aan vrouwen zonder baarmoeder, zodat die zwanger kunnen worden. Beide operaties zijn zwaar, duur en risicovol: de ingreep duurt 12 uur, kost enkele tienduizenden euro’s en er is veel bloedverlies. Maar ondertussen zijn er een tiental uitgevoerd in Zweden en de balans is positief. Als alles goed gaat, voeren we het komende jaar ook in het UZ Gent onze eerste baarmoedertransplantatie uit.”

Is het niet mogelijk om baarmoeders te transplanteren van overleden donoren?

“Ook daar wordt momenteel onderzoek naar gevoerd, maar dat zit nog in de beginfase.”

Stel dat er ooit een man zwanger wordt: hoe komt zo’n baby ter wereld?

“Dat zou uiteraard met een keizersnede moeten gebeuren.”

U zegt dat we op een keerpunt zitten. ‘De ware revolutie moet nog komen’, klinkt het in uw boek.

“Het onderzoek naar de menselijke fertiliteit maakt grote sprongen: we gaan daar grondig over moeten nadenken. We zullen als maatschappij moeten bepalen wat we oké vinden en wat niet. Het ziet ernaar uit dat we binnen afzienbare tijd zaadcellen en eicellen kunnen kweken uit stukjes huid. Een man met een getransplanteerde baarmoeder zou dus zwanger kunnen worden van een bevruchte eicel die van hemzelf komt.”

Denkt u echt dat dat er ooit van komt?

“Nee, solozwangerschappen, ook voor vrouwen, zijn voor mij ver over de rode lijn. Het is niet omdat ik enkele technologische evoluties beschrijf, dat ik er ook voorstander van ben. En nog minder kan ik in een glazen bol kijken. Niet elke medische vooruitgang of doorbraak kent een vervolg. Neem nu het klonen: twintig jaar geleden waren veel wetenschappers daarmee bezig. Maar de maatschappij heeft zich daartegen uitgesproken en nu is het verboden. Tegelijk was het dertig jaar geleden ondenkbaar dat we ooit alleenstaande vrouwen of lesbische koppels aan kinderen zouden helpen met ivf. En vandaag is dat vrij algemeen aanvaard. Wie weet, denken we over twintig jaar terug aan dit gesprek en moeten we lachen om al het voorbehoud dat we hadden bij het beeld van een zwangere man.”

Petra De Sutter & DIETERT BERNAERS ■