Deze column verscheen in de Artsenkrant.

Meer dan 100 kinderen met dezelfde biologische vader. Stel u voor dat u meer dan 100 kinderen op de wereld zou zetten via inseminatie, zoals het een Nederlandse spermadonor overkwam. De kans dat uw biologische kinderen elkaar later tegenkomen en zonder het te weten incestueus kinderen maken op basis van hetzelfde DNA is reëel. Wat indien u een verborgen genetisch risico heeft? Reëel, maar niet wenselijk. Niet om medische redenen, en vooral niet om ethische redenen.

De realiteit vandaag is dat alsmaar meer vrouwen – vaak alleenstaand of in relatie met een andere vrouw – op zoek gaan naar een spermadonor. De vraagt stijgt dus, maar het aanbod daalt. Amper 10 tot 20% van het sperma dat gevraagd wordt in België komt van Belgische donoren. Mannen bieden hun zaad niet meer zo graag aan en ziekenhuizen mogen hen ook niet actief recruteren of campagne voeren, of ze worden door het FAGG op de vingers getikt.

In Scandinavische landen zoals Denemarken ziet men een hoge vraag en een laag aanbod aan donoren meteen als een alarmsignaal. De overheid centraliseert er alle donaties in één databank en controleert streng. Het erewoord van de donor is niet voldoende. Ook de volledige anonimiteit wordt bewaakt voor de donoren die hiervoor kiezen, vandaar dat Belgische ziekenhuizen grotendeels Deens sperma aankopen. Maar ook open-profiel donoren zijn er verkrijgbaar. Donorsperma mag bij ons bij maximaal zes verschillende vrouwen geïnsemineerd worden. Maar elk ziekenhuis hanteert deze regel voor zich. De discussie rond de anonimiteit is bij ons helemaal terug gaan liggen, er is in België nog steeds geen nationaal register, laat staan dat er streng gecontroleerd wordt. Dat is in de lage landen blijkbaar geen prioriteit.

Zoals vaak hebben we in België een wet die iets verbiedt, maar die zonder uitvoering blijft. Niemand houdt burgers tegen die in meerdere Belgische ziekenhuizen sperma doneren en zo potentieel veel meer dan zes verschillende vrouwen helpen zwanger worden. Niets houdt dit soort illegaliteit tegen, behalve het erewoord van de donor, zijn geweten.

Al meer dan 10 jaar leven Belgische vrouwen, donoren en donorkinderen in deze impasse. Sinds de wet van 6 juli 2007 is er nog steeds geen uitvoeringsbesluit geschreven door de minister van Volksgezondheid. Ik vraag mij overigens ook af of minister De Block met NV-A en CD&V een akkoord zal vinden om voor het einde van deze legislatuur het probleem van de donoranonimiteit aan te pakken. Deze ethische discussie hangt namelijk nauw samen met het creëren van een nationaal register, omdat de gegevens daar bewaard worden. Of zal de minister wachten tot er in België ook biologische vaders opduiken van meer dan 100 kinderen? Om vooruit te gaan krijgt minister De Block ongetwijfeld de steun van de sector en van de politiek, maar ze mag wel niet meer te lang treuzelen.

Petra De Sutter