Dit opiniestuk verscheen op ZiZo online.

Drie jaar geleden was het nog een happy pride in Istanbul. Met regenboogkleuren, vlaggen en 100.000 lachende gezichten. Iedereen verenigde zich voor een groot feest. En gelijk hadden ze, want zoals wij elk jaar trots op straat te komen in Brussel, zo komen ook Turkse LGBTI’s trots op straat. Op dat vlak is er niet veel verschil tussen België en Turkije. LGBTI’s hebben overal dezelfde drijfveer.

Drie jaar lang – sinds 2014 al – weigeren de Turkse autoriteiten om Istanbul Pride te laten doorgaan. Om veiligheidsredenen, volgens de gouverneur. Hoewel het zijn plicht is om de veiligheid van vreedzame demonstranten in Istanbul te garanderen, schoot hij dit jaar opnieuw tekort. Het gaat eigenlijk ook niet meer over veiligheid, maar over vrijheid. De vrijheid om zich te verenigen. Artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens stelt duidelijk dat het recht op vereniging onvoorwaardelijk is. Ook op internationaal legaal vlak is er niet veel verschil tussen België en Turkije. Beide landen tekenden dit verdrag.

Homoseksualiteit legaal

Maar toch gaven de Turkse autoriteiten instructies om hardhandig op te treden. In plaats van mensenrechten-activisten te steunen, steunde het AKP-regime van president Recep Tayyip Erdoğan de ultranationalisten van Ülkü Ocaklari. Rubberen kogels vlogen in het rond, alsof de activisten een gevaar zouden betekenen voor de mensheid. De gouverneur begrijpt niet dat zijn aggressieve aanpak een gevaar is voor de mensheid. Nochtans is homoseksualiteit overal in Turkije legaal, al sinds het Ottomaanse rijk. Zoals in België. Want ook op nationaal wettelijk vlak is er niet veel verschil tussen België en Turkije. Homoseksualiteit is legaal.

Waar België en Turkije wél verschillen: de naleving van de mensenrechten. Voor ons land was het homohuwelijk symbolisch belangrijk om ons te uiten als voorvechters van het vrije Westen. Voor Turkije blijkt het terugdringen van de Istanbul Pride nu symbolisch belangrijk om een statement te maken tégen dat vrije Westen.

Dezelfde strijd

Hoewel president Erdogan waarschijnlijk niet wil toetreden tot de Europese Unie, is 88% van de Turkse bevolking nog steeds voorstander van een seculiere staat. Tijdens het referendum in april 2017 werd snel duidelijk dat heel wat vrouwen en stedelingen tegen hem hadden gestemd. Het zijn die mensen die onze steun nu nodig hebben.

Vanuit België kunnen we de Turkse bevolking steunen op individueel niveau, maar ook vanuit het middenveld. Wanneer LGBTI-organisaties proces aantekenen tegen de Turkse staat, omdat die haat en aggressie propageert, kunnen wij hen helpen. Ook vanuit andere minderheidsorganisaties. Onze strijd is dezelfde. Bovendien kunnen we op nationaal niveau aan onze overheid vragen om de gouverneur en het Turkse regime op het matje te roepen. Zoals we op internationaal niveau – in de Raad van Europa – al deden. Turkije moest er een bank achteruit, van post-monitoring naar monitoring, omdat de andere 46 lidstaten niet meer lachen met de schendingen van de mensenrechten in Turkije.

Lachen of grijnzen

Want ik zie graag lachende gezichten op de pride, maar als de mensenrechten geschonden worden, wordt een lach snel een grijns. En de grijns op het gezicht van president Erdogan wil ik liever niet zien.

Petra De Sutter
Senator en lid parlementaire assemblee Raad van Europa voor Groen