Dit nieuwsbericht verscheen in De Morgen op 9 juni 2017.

Gebrek aan communicatie tussen fertiliteitscentra geeft donoren vrij spel

Spermadonoren die zich aanmelden bij een fertiliteitscentrum kunnen na het bereiken van hun maximumaantal donaties zonder problemen aan de spermabank van een ander ziekenhuis doneren, hoewel dat wettelijk niet mag. Dat blijkt uit getuigenissen van donoren in onze weekendbijlage Zeno en het wordt ook bevestigd door de centra zelf.

Tussen 2009 en 2010 doneerde de 36-jarige Koen (een schuilnaam, identiteit bekend bij de redactie, SS) sperma aan het fertiliteitscentrum van het UZ in Brussel. Toen het ziekenhuis hem meldde dat hij niet meer hoefde te komen omdat hij ‘voldoende’ had gedoneerd, meldde Koen zich een tiental kilometer verderop aan, in het Edith Cavell-ziekenhuis in Ukkel. Ook daar leverde hij, tussen 2010 en 2011, een maximumaantal donaties af.

“In principe zou dat niet mogen”, zegt Koen, “maar blijkbaar is de communicatie tussen ziekenhuizen niet optimaal.” De wet schrijft voor dat het sperma van één donor bij maximaal zes verschillende vrouwen mag worden gebruikt om één of meerdere kinderen te verwekken. Het zijn de fertiliteitscentra die daarop moeten toezien.

In het geval van Koen vonden er dus minstens twaalf geslaagde inseminaties plaats, zonder dat de ziekenhuizen dat van elkaar wisten. Het feit dat hij nadien ook op eigen houtje donaties verrichtte, waaruit minstens drie kinderen werden geboren, maakt de kans dat zijn kinderen elkaar later tegenkomen en op hun beurt een kind maken alleen maar groter.

Vertrouwen

“Donoren die zich aanmelden, moeten na een screening op hun erewoord verklaren dat ze niet aan een andere spermabank gedoneerd hebben”, zegt Romain Imbert, diensthoofd van het centrum Medisch Begeleide Voortplanting van het Edith Cavell-ziekenhuis. Maar Imbert geeft toe dat het slechts om een formaliteit gaat. “Wij kunnen die verklaring niet controleren, want dan schenden we de wettelijke anonimiteit van de donor. Het is veeleer een kwestie van vertrouwen.” Op die manier bestaat inderdaad de kans op ‘dubbele’ donoren, geeft Imbert toe. “Maar bij ons weten is dat nog nooit gebeurd.”

Tot 2007 bestond er in België geen wetgeving die de praktijk van donorbehandelingen reguleerde. Elk fertiliteitscentrum handelde naar eigen goeddunken.

Hoewel de wet omtrent medisch begeleide voortplanting (MBV) nu voorschrijft dat het aantal donaties per donor beperkt moet blijven, beschikt ons land niet over een centraal registratiesysteem. “Dat is het grote gat in de wet”, zegt Petra De Sutter, hoofd van de afdeling reproductieve geneeskunde aan de Universiteit Gent.

“Niemand kan controleren of donoren al elders aan de slag zijn geweest. Het komt niet frequent voor, maar je kan het niet uitsluiten.”

Versleuteling

Het koninklijk besluit dat de uitvoering van de MBV-wet van 2007 regelt, voorziet nochtans in de oprichting van een centrale databank voor donoren. “Maar je krijgt dat niet zomaar geregeld”, zegt Herman Tournaye, diensthoofd fertiliteit en gynaecologie in het UZ Brussel, die tijdens de vorige legislatuur deelnam aan gesprekken over de oprichting van een donordatabank – zonder resultaat.

Donoren registreren hangt immers samen met het opgeven van hun anonimiteit en dat is een thema waarover politici het niet eens geraken. “Je zou een systeem kunnen bedenken waarbij je een uniek nummer toekent aan elke donor en dat nummer versleuteld wordt zodra het in het systeem gaat – zoals een Visa-kaartversleuteling. Je weet welk sperma het is, maar niet over wie het gaat.”

Maar het is niet aan de fertiliteitscentra om daarmee te beginnen, zegt Tournaye. “De wet voorziet dat de overheid dat moet organiseren. Wij wachten al tien jaar op een treffelijke regeling. Je kan tenslotte niet zomaar naar andere spermabanken bellen om te vragen of meneer X of meneer Y bij hen heeft gedoneerd. Daarmee schend je het medisch beroepsgeheim.”