Op dinsdag 25 april stemde de Raad van Europa een resolutie over de schendingen van de mensenrechten in Turkije. De resolutie vroeg om het land – dat tevens lid is van de Raad van Europa – strenger te controleren en de uitholling van de Turkse democratie en rechtsstaat te monitoren. 

Turkije moet met andere woorden een bank achteruit en hoort opnieuw bij de slechtste leerlingen van de klas, zoals Albanië, Azerbaijan, Rusland,…

Dit is een serieuze stap terug voor Turkije, van dialoog (post-monitoring) naar controle (monitoring). Petra De Sutter, senator voor Groen en lid van de Raad van Europa, steunt deze kordate aanpak:

Na het referendum van zondag 16 april, was het belangrijk om duidelijk te maken aan president Erdogan dat we geen enkele schendig van de mensenrechten door de beugel zien.

Als Turkije kritische stemmen het zwijgen oplegt en democratische verenigingen en burgers blijft boycotten, moet het land strenger gecontroleerd te worden, zoals Rusland, Oekraïne, Servië, Albanië, Armenië, Azerbaijan, Bosnië Herzegovina, Georgië en Moldavië.

Bekijk hier een video met mijn reactie:

Turkije lid van de Raad van Europa sinds 1950

Turkije is al lang lid van de Raad van Europa. Als 13e lidstaat trad Turkije op 13 april 1950 toe tot het mensenrechtenorgaan. Sinds 2004 (13 jaar geleden) heeft Turkije een constructieve dialoog met de landen van de Raad van Europa, en wordt het land gecontroleerd door post-monitoring. Dat was vooral te danken aan de constructieve economische maatregelen. De goede verstandhouding tussen Turkije en Europa over mensenrechten lijkt nu ver zoek, door een accumulatie van de ontwikkelingen in Turkije de afgelopen jaren, zoals opgesomd in het rapport ‘The functioning of democratic institutions in Turkey’. Daarom stelt de parlementaire assemblee van de Raad van Europa voor om terug te schakelen naar een strengere monitoring.

Tijdens het “Monitoring Committee” van 8 maart laatstleden in Parijs, trachtten een aantal Turkse parlementsleden de resolutie uit te stellen. Ze slaagden er niet in, ondanks de 40 voorbereidde amendementen, omdat een meerderheid van de “Monitoring Committee” het manoeuvre doorzag.

De resolutie lag bijgevolg dinsdag 25 april ter stemming voor alle leden van de parlementaire assemblee in Straatsburg.  Een grote meerderheid stemde voor het rapport (113), 45 parlementsleden stemden tegen en 12 onthielden zich.

Observatie van het referendum door een delegatie van de Raad van Europa

Op zondag 16 april observeerde een delegatie van parlementsleden van de Raad van Europa het verloop van het referendum in Turkije om te kijken of het stemmen eerlijk verliep. Volgens de waarnemers waren niet alle kiezers op de hoogte van de kern van de hervorming en de negatieve effecten van beperkingen op fundamentele vrijheden. De delegatie betreurt ook dat er geen middenveldorganisaties aanwezig waren om het verloop van het referendum te observeren, dat de media gedomineerd werd door de pro-campagne en dat kritische journalisten werden gearresteerd. De politiediensten waren overal massaal aanwezig bij de stembussen en controleerden soms zelfs de identiteitsgegevens van burgers voor het stemmen. In dit kader formuleerde Cezar Florin Preda, als hoofd van de delegatie, een duidelijke vraag om de noodtoestand die sinds de coup ingeroepen is, in te trekken en vooral niet te gebruiken om de rachtsstaat uit te hollen: “A state of emergency should never be used to undermine the rule of law.” Volgens de delegatie verliep het referendum dat ook niet volgens de afgesproken standaarden van de Raad van Europa.

Dit komt grotendeels overeen met de observatie van de 24 waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) die een vernietigend rapport schreven.

Doodstraf

Turkije heeft het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) getekend en schafte in 2004 de doodstraf af, om kandidaat te kunnen worden voor EU-lidmaatschap. Indien Turkije een meerderheid vindt (in het parlement met een twee derde meerderheid – dat wil zeggen minstens 330 parlementsleden die Erdogan steunen -, of met een nieuw referendum voor de Turkse bevolking) om de doodstraf opnieuw in te voeren, loopt het land het risico veroordeeld te worden door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Lid zijn van de Raad van Europa en de doorstraf herinvoeren is niet compatibel, in geen enkel van de 47 landen van de Raad van Europa, dus ook niet in Turkije. Het dertiende protocol van het EVRM schaft de doodstraf af in alle omstandigheden. Dat het bovendien als basisvoorwaarde dient om in aanmerking te komen voor een toetreding tot de Europese Unie, los van het lidmaatschap van de Raad van Europa, kan dan ook niet verbazen.

Als Turkije toch het risico neemt om veroordeeld te worden, zoals overigens vaker gebeurt, kan de Raad van Europa oordelen om strengere maatregelen te nemen dan de hoge boetes die rechters nu opleggen (en betaald worden door Turkije). Een uitsluiting van Turkije uit de Raad van Europa is de ultieme stap in deze procedure.